|
|
PI Magazine, december 2010
Wat zijn de kansen voor het kleinschalig ontwikkelingswerk? Geen overbodige vraag, aan de vooravond van een grote bezuinigingsronde in de ontwikkelingssector.
Geen mens kan in de toekomst kijken. Toch denken we met z’n allen graag na over de vraag hoe de wereld er over tien jaar voorstaat. Hoe zal het er in 2020 uitzien voor ontwikkelingsprojecten van particulieren? Dat het anders zal zijn dan nu, is zeker. Blik maar eens tien jaar terug. Net als vandaag waren duizenden Nederlanders actief in het Zuiden. Maar niemand merkte hen echt op. Met hun project haalden ze hooguit de lokale krant. In de ontwikkelingswereld telden ze amper mee. Gevestigde organisaties waardeerden hen vooral omdat ze bijdroegen aan het draagvlak voor hulp, maar als effectieve armoedebestrijder werden ze niet echt serieus genomen.
Niets is vanzelfsprekend
Wat een verschil met vandaag. Grote ontwikkelingsorganisaties maken nu gedegen werk van hun steun aan projecten van burgers. De wetenschap ontdekte hen als onderwerp voor onderzoek. Particuliere initiatiefnemers organiseerden zichzelf, kregen een eigen branchevereniging en een eigen tijdschrift. Ook de media ‘ontdekten’ de bevlogen vrijwilligers. Lovende berichten in de lokale krant kregen gezelschap van kritische artikelen over het nut en de effectiviteit van hun projecten. Anno 2010 staan particuliere initiatieven duidelijk op de kaart. Lees verder…
PI Magazine, december 2010
Theo staat in het café en spreekt over ontwikkelingshulp. Zijn verhaal is somber en cynisch. Ooit was Theo echter een en al passie. Vier keer per jaar vloog hij naar zíjn project in Ghana. Elke week belde hij met zíjn Ghanese vertrouweling Joseph. En iedere maand trommelde hij in Nederland zíjn werkgroep op voor een vergadering. Die leidde hij altijd met verve: Theo sprak, de rest hing aan zijn lippen.
Theo kreeg veel voor elkaar. In Josephs dorp kwam drinkwater, een moestuin en een schoolfonds. Het dorp ging vooruit, Theo straalde en zijn werkgroep straalde mee. Ghana was zijn lust en zijn leven.
Tot Theo minder tijd kreeg voor zijn project. Hij trommelde zijn werkgroep niet meer bij elkaar, de telefoontjes met Joseph werden schaars. Een bezoek aan Ghana schoof hij op de lange baan. Toen Theo uiteindelijk toch ging, kwam hij aangeslagen thuis: de moestuin was verpieterd. Er was ruzie over het schoolfonds. En tot overmaat van ramp had Joseph projectgeld ingezet voor zijn eigen bedrijf. Theo straalde niet meer. Lees verder…
Spectrum (zaterdagbijlage Wegener-dagbladen), 15 oktober 2010
Het nieuwe kabinet bezuinigt fors op ontwikkelingshulp, een ‘linkse hobby’ volgens Geert Wilders. Maar hoe ‘links’ is hulp? In vrijwel alle westerse landen stijgen de uitgaven voor ontwikkelingshulp, ook onder conservatieve regeringen.
Het nieuwe kabinet zet het mes in de ontwikkelingshulp. Dit jaar geven we nog 4,7 miljard euro, over enkele jaren is dat nog maar 3,8 miljard. Lees verder…

Vice Versa, oktober 2010
foto: Leonard Fäustle
Engeland staat voor de grootste bezuinigingsronde ooit. Opmerkelijk genoeg blijft het budget voor ontwikkelingshulp buiten schot. Waarom verdedigen Britse conservatieven ontwikkelingshulp, terwijl Nederlandse conservatieven er niet in geloven?
Het had anders kunnen uitpakken in Engeland. De nieuwe conservatieve regering van David Cameron had flink het mes kunnen zetten in het budget voor ontwikkelingshulp. Het had zijn eigen ministerie voor buitenlandse hulp kunnen opdoeken, twijfels kunnen uiten over steun aan dubieuze regimes en zich hardop kunnen afvragen waarom er midden in een financiële crisis belastinggeld naar het buitenland zou moeten gaan. Lees verder…
PI Magazine, september 2010
Veel initiatieven van particuliere ontstaan recht uit het hart. Zoals dat van de Nederlandse verpleegster die stage loopt in Malawi. In een afgelegen dorp ontmoet ze het dertienjarige weesmeisje Evita. Evita’s ouders stierven aan aids, en sindsdien woont het meisje met twee broertjes in een schamele hut. Buurvrouwen stoppen het kindgezin nu en dan wat toe. Zo blijven ze in leven, maar niet veel meer dan dat. Het hart van de verpleegster breekt. Wat kan ze voor de kinderen doen? Lees verder…
Vice Versa, juni 2010
Foto: Arie Kieviet, wederopbouwproject Cordaid in Haïti
Na een natuurramp is de verleiding groot om daklozen een gratis huis te geven. Niet doen, waarschuwen deskundigen. Haak in plaats daarvan aan bij manier waarop de armen wereldwijd hun huizen bouwen: stap voor stap, met hulp van kleine leningen.
Krijgen of betalen. Dat is de vraag. Dat is de éérste vraag. Op Haïti bijvoorbeeld, waar anderhalf miljoen mensen tijdens de aardbeving in januari hun huis zagen veranderen in een vormeloze hoop zand, hout en stenen. Ruim driekwart van hen woont nu in een van de 650 tentenkampen in en om Port au Prince. Ze schuilen onder een dekzeil en worden op de hielen gezeten door de regentijd. De komende jaren staat Haïti voor de immense opgave om de bergen puin op te bouwen tot nieuwe woonwijken. Lees verder…
PI Magazine, juni 2010
Het is fijn wanneer donateurs zich betrokken voelen bij je project. Daarom zijn we blij verrast wanneer Jan K., een montere autohandelaar, met ons mee wil naar Malawi. Zijn bedrijf is al jaren een trouwe en niet te zuinige sponsor. Met genoegen nemen we Jan op sleeptouw. Naar het dorp, waar boeren vergaderen over het landbouwproject. Naar de school, waar elke ochtend ontbijt is voor alle kinderen. Lees verder…
Friesch Dagblad, 1 juni 2010
De kindersterfte in de wereld daalt sneller dan verwacht. Dat bleek eerder deze maand uit een artikel in het Britse medische tijdschrift The Lancet. In 1990 stierven nog 11,9 miljoen kinderen voor hun vijfde levensjaar, in 2010 was dat aantal gedaald tot 7,7 miljoen. Voornamelijk in Afrika bereiken steeds meer kinderen hun volwassenheid. Deze sterftedaling is voor een belangrijk deel te danken aan grootschalige vaccinatiecampagnes en de verspreiding van muskietennetten, veelal gefinancierd met ontwikkelingsgeld. Lees verder…
Binnenste Buiten, mei 2010
Illustratie Hein de Kort
Aan draagvlak voor ontwikkelingshulp is in Nederland geen gebrek. Aan vertrouwen echter wel. Hoe is deze ontwrichtende ‘draagvlakparadox’ onststaan’en hoe kunnen hulporganisaties hun imago op een overtuigende manier herstellen?
In de weken na de aardbeving in Haïti stroomde meer dan 100 miljoen euro binnen bij giro 555 van de samenwerkende hulporganisaties. Kinderen uit Druten verkleedden zich als levend standbeeld, topkok Jonnie de Boer kookte erwtensoep en het Nederlands Elftal haalde 60.000 euro uit de buidel. De massale inzameling laat zien dat armoede en ellende aan het andere eind van de wereld ons raken. We bekommeren ons om mensen die het slecht hebben, en we vinden dat we hen moeten steunen. Het draagvlak voor hulp is groot. Lees verder…
De valkuilen bij particuliere hulpprojecten zijn bekend. Maar doen we ook iets met die kennis? Het wordt tijd dat subsidiegevers burgerinitiatieven slimmer begeleiden.
Binnenste Buiten, mei 2010
Illustratie Hein de Kort
Met veel enthousiasme stortte een Rotterdams particulier initiatief zich in 2006 op een nieuw project: een internetcafé in een dorp in Senegal. Een snelle internetverbinding moest organisaties, scholen en jongeren in het dorp toegang geven tot nieuws en informatie. Na een financiële injectie uit Nederland zou het internetcafé zichzelf kunnen bedruipen. Het businessplan was klaar, een lokale partner werd getraind en de financiering was rond. Een jaar later opende het internetcafé feestelijk zijn deuren. Drie jaar later stond het internetcafé leeg. Lees verder…
|